7 december 2016. Bewoners proberen te vluchten naar veiligere gebieden in Aleppo waar minder wordt gevochten. Foto: George Ourfalian / AFP

Als hij ontwaakt, grijpt hij meteen naar zijn telefoon. In één klap is hij klaarwakker en op het ergste voorbereid. Zijn vingers vinden blindelings de toetsen. Geen nachtelijk whatsappje van zijn vader in Aleppo?

Onmiddellijk gaat hij naar de drie Facebookpagina’s die hij vertrouwt voor het laatste nieuws over de strijd in die stad. Een rustige nacht dit keer. Farid Hattab (29), bewoner van Dordrecht, ontspant en kijkt in het bekommerde gezicht van zijn vrouw. Zij vindt zijn gedrag manisch, maar begrijpt dat hij niet anders kan.

Abdullah Alkhalaf (23) zit aan een houten eettafel in een appartement in Den Bosch. Tegen de wand staan twee houten kasten met vrijwel niets erin. Onafgebroken tuurt hij naar het laatste nieuws van Al Jazeera op het computerscherm voor zich. ‘Als jij zou lezen wat ik lees, dan huilde je de hele dag.’

Laila (24) vindt Amsterdam prachtig, veilig en vriendelijk. Ze heeft niks te klagen in haar nieuwe woonplaats. En toch knaagt het. Hoe kun je genieten als je geliefde en zoveel vrienden zich nog in Aleppo bevinden? Ze zegt: ‘Alleen mijn lichaam is in Amsterdam, mijn hoofd en hart zijn nog daar.’

Het ene been in Nederland, het andere in Syrië

Veel nieuwkomers die de afgelopen jaren oorlogsgebieden zijn ontvlucht, voelen zich verscheurd tussen het land van herkomst en het land van toevlucht. Dat komt pijnlijk naar voren uit onderzoek onder 223 deelnemers aan het initiatief.

Twee derde van de ondervraagden checkt dagelijks wat er aan de hand is in het land dat ze hebben achtergelaten. Wat ze horen en zien, bepaalt bij drie vierde in hoge of zeer hoge mate de stemming. Vrijwel alle ondervraagden maken zich in hoge of zeer hoge mate zorgen over familie in het land van herkomst.

Hoe kun je in Nederland doelgericht een bestaan opbouwen als je familie en vrienden elk moment aan de gruwelen van een oorlog zijn onderworpen? Je wordt gek als je bedenkt aan welke gevaren ze allemaal blootstaan. Vatbommen en mortiergranaten. Verdwaalde kogels. Vallend puin van instortende gebouwen. En dan hebben we het nog niet eens over de honger, de koude en de dorst.

Kijk niet om, dat is dan vaak het devies. Kijk niet om. Wat daar gebeurt, daar kun je toch niks aan doen. Omkijken versterkt je gevoel van machteloosheid en maakt je alleen maar stuurloos. Richt je blik op de kim, je toekomst ligt hier.

Maar niet omkijken voelt als verraad, vertellen nieuwkomers. Dus hoe leef je mee met hart en ziel zonder zelf mee ten onder te gaan? Laveren tussen meeleven en overleven, daar hebben vluchtelingen die uit oorlogslanden hierheen komen elke dag hun handen vol aan.

Hoe Farid probeert te overleven

Hoe afmattend en zenuwslopend die innerlijke worsteling is, zag ik bij Farid Hattab. We hebben elkaar eind vorig jaar in onze woonplaats leren kennen. Elke nacht lag hij urenlang wakker en dacht hij aan de miljoenenstad Aleppo, waarvan het oostelijk deel was uitgegroeid tot symbool van verzet tegen president Bashar al-Assad.

Een historische prachtstad ook, die door vier jaar burgeroorlog voor een groot deel was verwoest. Als hij niet kon slapen, maakte Farid zich zorgen om zijn familie daar: zijn vader en moeder, zijn broer Ahmad, zijn zussen Ayda en Huda. Hij legde me uit: ‘Als je nog geen nieuw leven hebt in Nederland, trekt je oude leven als een magneet.’

En als je niks te doen hebt, komen de gedachten aan vroeger vanzelf. Als je steeds moet wachten. Op de plaatsing in een asielzoekerscentrum, op een verblijfsvergunning, op een huis, op gezinshereniging, op een lening voor de inburgering, tot die cursus begint.

Daarom, denkt hij, grijpen zoveel jonge Syrische mannen naar de wiet. Hij heeft het in de asielzoekerscentra zelf gezien. ‘Ze verdoven zichzelf. Ze vergeten even hun problemen. Anderen trainen zich liever suf in de sportschool. Inspanning is goed om de aandacht af te leiden. Goedkoper dan verdovende middelen.’

Dan vertelt Farid over ‘de zwartste periode’ in zijn leven. Hij had al een huis in Dordrecht. En hij had al maanden niks te doen. ‘Niks kon me meer schelen. Het leven had geen betekenis meer.’

Ter afleiding kocht hij een puzzel van vijfhonderd stukjes: een kaart van Europa met Syrië nog net zichtbaar in de rechterhoek. Die legde hij in één nacht. Op één stukje na, dat ontbrak. Dat vond hij symbolisch: in deze wereld, in dit leven, is altijd wel een stukje zoek.

Misschien was zijn redding dat hij via het sociaal medium Zello in contact kwam met lotgenoten. Vluchtelingen die ‘s nachts ook niet konden slapen, die maar lagen te woelen bij de zorgen om thuis. Grote indruk maakte een Palestijn. Diens advies is sindsdien Farids motto: ‘Wees hier met heel je lijf en heel je geest. Anders red je het niet.’

‘Wees hier met heel je lijf en heel je geest. Anders red je het niet’

Hij probeert naar dat motto te leven. Soms slaagt hij wonderbaarlijk, soms niet. In september stuurde hij mij een mail met de volgende tekst: ‘Het gaat goed met ons, behalve dat mijn oom (broer van mijn moeder) dood is. Hij stierf bij een bombardement op zijn winkel in het oude, belegerde deel van Aleppo en er was niemand van de familie bij hem. In dezelfde straat stond ons oude huis waar ik mijn kinderjaren doorbracht. Ik herkende de straat bijna niet.’ En hij voegde een gruwelijk filmpje bij.

Ook later, eind oktober, lukte het hem niet zijn geest op Nederland gericht te houden. Rebellengroepen probeerden een doorbraak te forceren en in reactie daarop sloot de regering alle telefoon- en internetverbindingen af in de wijk Hamdaniya waar Farids familie woont. Vijf dagen lang lukte het hem niet om contact te leggen. Hij kon aan niks anders meer denken. Normaal belde hij ze elke dag.

En nu, nu regeringstroepen en buitenlandse milities na een offensief van drie maanden ook het laatste verzet in Oost-Aleppo hebben gebroken, kan hij zich met geen mogelijkheid losrukken van het nieuws op zijn telefoon. ‘Maar morgen,’ zegt hij, ‘morgen word ik wakker en besef ik dat ik in Nederland ben, dat hier mijn toekomst ligt. Dan ben ik weer met heel mijn geest in Nederland.’

Laila kan nog niet aan de toekomst denken

Laila, de 24-jarige vrouw uit Amsterdam, is nog niet zover. ‘Toekomst?,’ zegt ze, ‘er is geen toekomst.’ Haar partner, haar geliefde, is nog in Aleppo. Ze is gewend dat hij elke drie uur een levensteken geeft. ‘Als ik meer dan vier uur niks gehoord heb, maak ik me zorgen. Misschien is er een bom gevallen, misschien is hij opgepakt, alles is mogelijk.’

Laila volgt het nieuws uit Aleppo op de voet en is vaak beter op de hoogte dan de bewoners van Aleppo zelf. Dat komt doordat de internetvoorziening in Aleppo zo slecht is. Laatst stuurde ze een berichtje naar haar vriend over de wijken die hij moest mijden omdat ze onveilig waren. De politie dacht dat hij een anti-Assadbericht had ontvangen en arresteerde hem meteen.

Het kostte hem uiteindelijk een etmaal om de politie ervan te overtuigen dat de waarschuwing van een bezorgde partner in Nederland afkomstig was. Laila: ‘Wij zijn niet tegen Assad, wij zijn niet tegen de rebellen, wij willen gewoon vrede.’ Achteraf was ze liever in Aleppo gebleven. Alles beter dan verscheurd.

Abdullah maakt zich zorgen om de volgende strijd: die om Idlib

En Abdullah Alkhalaf, die niet afkomstig is uit Aleppo?

Hij heeft zijn eigen zorgen. Zijn vrouw Mirjam (21) woont nog bij haar ouders in Idlib, een stad in het noordoosten van Syrië, vlak bij Aleppo, die nog gecontroleerd wordt door rebellen.

Als het regeringsleger Oost-Aleppo helemaal onder controle heeft, is enclave Idlib het volgende doelwit. Ziet hij zijn vrouw ooit terug?

Dit verhaal is mede tot stand gekomen door de bijdragen van Correspondentleden Isabelle Mollinger en Esther Wittenberg. Verder is het onderdeel van het initiatief Nieuw in Nederland. Zonder financiële bijdrage van Stichting Dioraphte was dat niet mogelijk gewees